Boter bij de Vis

“En heeft u al een naam voor uw eh.. winkel?” Die lichte aarzeling vond ik wel subtiel. Dat was vast om mensen zoals ik te ontmoedigen en liefst voorgoed. “Jazeker”, lachte ik zelfverzekerd, “Boter bij de Vis! Zo gaat het heten. Dat heeft de allure van lang vervlogen tijden en mijn toekomstige klanten begrijpen direct, dat het bij ons thuis ook niet allemaal vanzelf gaat”. “En wat gaat u precies verkopen meneer eh…Goudgraver?” Weer dat  subtiele dingetje, maar ik liet me niet van de wijs brengen. Dit was immers de vraag waar het om ging èn de vraag waarop ik had gewacht: “Pannen, messen, kopjes, naaigaren, elastiek, broodroosters, kaasstolpen, keukentrapjes, emmers, vibrators, opschrijfboekjes, koperpoets, vazen, koektrommels, pindabakjes, yoghurtschrappers, vaste telefoons, keukenhaakjes, gordijnrails, tipp-ex, bezems, pedaalemmers en nog 1253 andere artikelen, die mits dicht op elkaar gestapeld in een doolhof van stellingen, precíes in een middelgrote winkel passen,” zei ik zonder tussentijds adem te halen. Iets waar ik, eerlijk gezegd, bèst lang op had geoefend!

“Goed, een winkel in huishoudelijke artikelen dus enneh… u heeft ook wat marktonderzoek gedaan?” Ik vertelde hem, dat de crisis ineens nogal plotseling over is. Dat er in het nieuwe tijdperk dus vooral vraag zal zijn naar lelijke en ongemakkelijke winkeltjes, zoals die van mij. Dat iedereen, die even nadenkt over de totaal onverwacht exploderende vraag naar caravans, vast tot dezelfde conclusie komt? Hier liet ik even een korte stilte vallen, zodat mijn krachtigste argument nog krachtiger zou klinken: “er zijn tenslotte nog steeds drie van die winkels in ons stadje, dus dat moet wel goede business zijn, toch?” Daar wilde de kredietverstrekker niets over zeggen. Routineus vroeg hij hoe ik mij van de concurrentie ging onderscheiden. Jééé, moet dat dan, dacht ik? Ik wil gewoon een suffige winkel, waarvoor ik op een schommelstoel in de zon kan zitten. Een winkel waar drie klanten per dag komen, veel gekker moet het niet worden! Oh ja en elke vrijdagavond met mijn drie concurrenten een biertje drinken en klagen over de Action lijkt me ook heerlijk, maar dat zei ik natuurlijk allemaal niet.

“Nou, ik ga niet op kwaliteit concurreren,” improviseerde ik. “We hebben allemaal goeie spullen van eerlijke merken als Brabantia, Tomado, BK, Sola, Brasso, Electrolux. Ik ga ook niet op prijs concurreren, want dat is zo’n naar gedoe en vooral ook sneu voor mijn concurrenten. Nee ‘Boter bij de Vis’ zal de enige zaak in huishoudelijke artikelen zijn die ’s avonds na negenen weer open is”. Tegenover me werden twee wenkbrauwen hoog opgetrokken en toen begon hij ineens hard te lachen: “dan komen mensen zeker die vibrators bij u kopen?” Nou had ik hem! “In ieder geval knap dat u dát heeft onthouden”, zei ik treiterend. “Maar ik bedoel eigenlijk dat mensen dan vooral komen voor een trui van Siberische schapenwol!” Ik ontweek zijn vragende blijk en vervolgde: “heeft u dat nou nooit gehad, dat je ’s avonds het cafe uitkomt en dat het dan toch kouder is dan je gedacht had? En dat je dan denkt ssshìt, ik wou dat ik ergens een trui van Siberische schapenwol kon kopen?” Nee, jammer; dat had hij nog nooit meegemaakt. Hij zei wel, dat er weinig kans was op een bedrijfskrediet voor ‘Boter bij de Vis’. Vond ik niet zo erg……..er zijn nog meer banken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *